Geschiedenis

‘Een geschiedenis van mergel en macht’
Kasteelruine en Fluweelengrot in Valkenburg

Het Kasteel van Valkenburg in de loop van de eeuwen.

Op de uitloper van de Heunsberg, hoog boven Valkenburg, verheffen zich de verweerde brokstukken van muren en torens in mergelsteen. Het zijn de overblijfselen van de eens zo machtige middeleeuwse hoogteburcht van de heren van Valkenburg. In zijn glorietijd, tijdens de vijftiende eeuw, was het indrukwekkende bouwwerk voorzien van torens en kantelen en bewapend met kanonnen. Het was enkele verdiepingen hoog en had gotische ramen in de muren. De Heunsberg is aan verschillende zijden door steile mergelwanden omgeven en daardoor was het kasteel in de tijd dat ridders met pijl en boog, met lansen en zwaarden vochten, praktisch onneembaar. Aan de oostzijde is het kasteel bovendien afgeschermd door een diepe holle weg die daar in de mergelbodem is uitgehouwen: de Dwingelweg, tegenwoordig van Meijlandstraat. Die snijdt de uitstekende heuvelrug waarop het kasteel gebouwd is, af van zijn “achterland”. Zo ontstond de ideale  bescherming tegen gevaar van die kant. Het terrein werd in de riddertijd regelmatig kaal gekapt, om de naderende vijand geen kans te geven naderbij te sluipen.

3D tekening van de woontoren van Kasteel Valkenburg

De oorsprong van Valkenburg

De geschiedenis van het kasteel begint in het jaar 1115 en eindigt in 1672. In de tussenliggende jaren hebben de bewoners gezaghebbende functies bekleed en uitgestrekte gebieden beheerd. Uiteindelijk waren ze de baas in bijna heel Zuid-Limburg en een aantal gebieden in Duitsland, zoals Monschau. Het Valkenburgs kasteel werd in de loop der eeuwen diverse malen belegerd en verwoest maar tot 1672 steeds weer opgebouwd. Wie het kasteel nu bezoekt kan zien dat het immense bouwwerk diverse bouwfasen heeft gekend. Deze hangen samen met de belegeringen en verwoestingen.

De vroege geschiedenis

Wie naar het begin van de geschiedenis van Valkenburg op zoek gaat, moet verder teruggaan in de historie dan de beginfase van het kasteel in de twaalfde eeuw. Men komt terecht in de richting van Oud-Valkenburg. Daar hebben, volgens de historici, de eerste heren en dames van Valkenburg geresideerd.

Misschien al rond het jaar 1000, in ieder geval in 1041. In dat jaar duikt de naam Falchenberg voor het eerst op in de geschreven geschiedenis. De Duitse koning Hendrik III, later keizer, is in februari van dat jaar in Maastricht en op de 15e van die maand schenkt hij een aantal goederen in Herve, Epen, Vaals en Valkenburg aan zijn nicht Irmengard van Aspel. We denken haar vader en grootvader te kennen, die de “oerheren” van Valkenburg zijn geweest: Godfried van Aspel en Heimbach en diens vader Richard van Metz. Met name Godfried heeft waarschijnlijk reeds in Oud-Valkenburg in een “versterkt huis” gewoond.

Deze edellieden speelden een belangrijke rol in Neder Lotharingen, een gebied waar deze streken indertijd toe behoorden. Ruim zestig jaar later, in 1106, overlijdt Thibald van Voeren, heer van Valkenburg sedert ongeveer 1101 en gehuwd met Guda, kleindochter van Irmgard. Veel in deze tijd is nog onzeker. Na de dood van Thibald is Guda waarschijnlijk een tijdlang vrouwe van Valkenburg geweest.

Nog voor haar dood krijgt Gosewijn I Valkenburg in handen. Hij is, zo lijkt het, gehuwd met Guda’s zuster Oda.  Als Gosewijn heer van Valkenburg wordt in 1119 is de bouw van de oervorm van de burcht op de Heunsberg voltooid.

Dat is een trotse rechthoekige toren met bijgebouwen, aarden wallen, en palissaden. Men noemt dat een woontoren, ofschoon niet zeker is dat in dit geval de toren vanaf het begin bewoond is geweest. Men spreekt men ook wel van Donjon en daarmee bedoelt men dan het hele complex van toren, ringmuur en bijgebouwen. De plaats is in elk geval strategisch knap gekozen: boven op de top van de Heunsberg die het dal insteekt als een hoorn. Daar komt volgens sommigen de naam (Heunsberg=Hoorns berg) vandaan.

We weten nagenoeg zeker dat de burcht is gebouwd rond 1115, waarschijnlijk door Gosewijn I. Deze komt uit het huis Heinsberg en noemt zich heer van Valkenburg en Heinsberg. Slechts enkele jaren na de bouw door Gosewijn wordt de donjon na een beleg van zes weken volledig verwoest door Godfried van Neder Lotharingen en wel op bevel van keizer Hendrik V, met wie Gosewijn in conflict was geraakt. Gosewijn overlijdt in 1128 en zijn zoon Gosewijn II wordt in Valkenburg zijn opvolger. Diens zoon Phillip is van 1167 tot zijn dood in 1191 aartsbisschop van Keulen.

Verdere lotgevallen van de burcht.

Het moet in de tweede helft van de twaalfde eeuw geweest zijn dat de burcht wordt herbouwd en vergroot. Er verrijst o.a. een kolossale zestienhoekige toren, die, bij voltooiing, rond de dertig meter hoog was. Op de plaats van het huidige restaurant ontdekte men een dag groeve die de enorme hoeveelheid mergelblokken voor die bouw heeft geleverd. In de tijd tussen 1250 en 1300 ontwikkelt zich aan de voet van de helling een klein plaatsje, ingesloten tussen de burcht aan de zuidzijde en aan de andere kant door de rivier de Geul. Valkenburg gaat het heten en het neemt de naam over van de plaats waar de heren en dames van Valkenburg voordien hebben gewoond. Dat dorpje krijgt dan de naam Oud-Valkenburg.

3D tekening van de toren van Kasteel Valkenburg

Met name Gosewijn III en IV moeten voorname en achtenswaardige mannen zijn geweest. Zij en hun familieleden stonden op goede voet met de Duitse keizer Barbarossa en bekleedden belangrijke functies zoals rijkskanselier onder hem. Gosewijn IV overlijdt kinderloos rond het jaar 1207.

Zijn opvolger is zijn neef Dirk of Diederik die zich “van Valkenburg” noemt maar stamt uit het huis Kleef; diens zoon Engelbert is aartsbisschop van Keulen.

Mannen uit dit huis resideren dan anderhalve eeuw op het kasteel van Valkenburg dat in deze jaren zijn grootste omvang bereikt. 

In 1214 belegeren de troepen van de Duitse keizer en de prins-bisschop van Luik het stadje Valkenburg. De betrekkingen tussen het huis Valkenburg en de keizer zijn kennelijk weer wat bekoeld! Het kasteel wordt ingenomen maar na enkele maanden verdwijnen de troepen weer en Diederik wordt weer een volgzaam onderdaan van de keizer.

De gloriejaren van het kasteel.

Rond 1250 moet het kasteel weer gerestaureerd zijn geweest en uitgegroeid tot een majestueus en imponerend bouwwerk. Belegeraars streden met brandende pijlen en gooiden stenen met katapulten. Niet voldoende om de bewoners van de burcht te verontrusten. Wie over voldoende water en mondvoorraad beschikte kon een belegering wekenlang uithouden. Daartoe sloegen Diederik I en II metersdiepe putten die tot de waterstand op Geulniveau reikten. En bovendien waren er geheime gangen gegraven die in de omliggende bossen uitkwamen. Wat in de middeleeuwen een duivelse bezigheid leek, is nu goed verklaarbaar: de bewoners van het kasteel slopen door de gangen naar buiten en vielen de belegeraars in de rug aan. En Walram, die tijdens een aanval van de Brabanders op de wallen van het kasteel zijn manschappen aanvoerde, dook enkele dagen later in het Brabantse land op, al plunderend en brandstichtend.

3D tekening van Kasteel Valkenburg

Walram de Rosse

Van alle Valkenburgse heren is deze Walram de Rosse de meest bekende en beruchte geweest. Als jongen van 16 werd hij in 1268 heer van Valkenburg. Hij was een fel verdediger van het land van Valkenburg tegen de machtige Brabantse hertogen. Die voerden in de 13e eeuw een voortdurende machtsstrijd met Keulen met als inzet het territorium tussen Rijn en Maas. De strijd ontvlamde in alle hevigheid naar aanleiding van de opvolging in het hertogdom Limburg aan de Vesdre in het jaar 1280. 

Hertog Jan I van Brabant vond in Walram een bijna gelijkwaardige tegenstander. Walram de Rosse trok met zijn legertje tot voor de poorten van Maastricht, dat immers in Brabantse handen was. Een aantal Maastrichtse burgers werd krijgsgevangen gemaakt en gevangengezet op de Valkenburcht.

De wraak van Jan I kon niet uitblijven. In de winter van 1283 trokken de Brabantse troepen plunderend door het land van Valkenburg terwijl Walram opnieuw Maastricht belegerde. De Valkenburgse ridder behoorde ook tot de edelen die deelnamen aan de roemruchte slag bij Woeringen (bij Keulen) in 1288 die op bloedige wijze het gezicht van dit gebied voor de komende eeuwen zou bepalen. Het Brabantse leger was oppermachtig in de veldslag. 

Walram, officieel leenman van Brabant, vocht echter aan de zijde van de vijand van zijn heer en werd ernstig gewond van het slagveld gedragen. De slag van Woeringen heeft diverse edelmannen uit deze regio het leven gekost. Hertog Jan trok zegevierend Keulen binnen en Limburg werd voor altijd verenigd met Brabant dat nu alleenheerser was op de linker Rijnoever.

Walram zou Walram niet zijn geweest als hij zich bij zijn nederlaag zou hebben neergelegd: hij weigerde Jan van Brabant als zijn heer te erkennen en dat leverde een nieuwe belegering rondom het Valkenburgse kasteel op, die overigens na elf weken werd afgebroken. Tenslotte erkende hij Jan I als hertog van Limburg. Moegestreden overleed de Rosse in 1302, ongeveer 50 jaar oud.

Nieuwe belegeringen en veroveringen

De strijd gaat voort. In 1327, 1328 en 1329 lijkt het erop dat de hertog van Brabant niets anders te doen heeft dan Valkenburg te belegeren. In 1327 staat Jan III van Brabant wederom voor de kleine hoofdstad van het grote Land van Valkenburg. Dit keer met een enorme legermacht en een keur aan belegeringstuig. Maar katapulten en stormrammen schieten te kort. Dan werpt de Brabander een dam op in de Geul ten westen van Valkenburg bij Den Halder en de straten van het stadje lopen vol water. De gevolgen voor de bevolking zijn desastreus maar na negen weken beleg komen de partijen tot een wapenstilstand. Opnieuw bewijst het kasteel van Valkenburg bijna onneembaar te zijn. Twee jaar later: een nieuwe belegering door de Brabanders. Weer heeft het stadje zwaar te lijden. Elf weken houden de Valkenburgers stand maar dan bezwijken ze. 

De Valkenburcht wordt grondig verwoest, muren en poorten geslecht. Dat “slechten” hield meestal in, dat door het vernietigen van de bovenbouw van de poorten en de weergangen op de stadsmuren de stad haar militaire weerbaarheid voor geruime tijd verloor. Wat het kasteel betreft waren de verwoestingen grondiger. De daken gingen eraf, muren van de Ridderzaal werden gesloopt en onderdelen van de ommuring van het kasteel werden een kopje kleiner gemaakt.

De toenmalige heer van Valkenburg Reinald (Reginald) maakte de herbouw van het kasteel niet meer mee. Zijn opvolger Dirk (Diederik) IV kreeg een enorme som gelds als schadeloosstelling voor de verwoesting door de Brabanders. In de jaren dertig van de 14e eeuw werd er dan ook driftig gerestaureerd en herbouwd. 

Het is dan dat de burcht de vorm en uitgestrektheid krijgt die we met goed kijken nog kunnen terugzien in de huidige resten.

Als in 1352 heer Jan van Valkenburg kinderloos overlijdt, breekt een tijd van grote verwarring aan. Zijn zes zussen willen allemaal iets anders met hun erfdeel. Oudste zus Philippa is voornaamste kandidaat en dus komt de beslissing over de verdere geschiedenis van Valkenburg, evenals in het verre verleden, te liggen in de handen van een vrouw. Ze verkoopt haar rechten en na diverse verwikkelingen komt Valkenburg in 1364 in handen van de Brabantse hertog. Inmiddels is het Land van Valkenburg in 1357 tot graafschap verheven.

Het einde van de Valkenburgse glorietijd

Zo geraakt Valkenburg in handen van Brabant, dat eeuwenlang gestreefd heeft naar steunpunten in Maas- en Geuldal. Een nieuwe burcht wordt toegevoegd aan de vele posten die Brabant heeft in de richting van de Rijn: die van Valkenburg. De nieuwe landsheer, de hertog van Brabant, nu ook graaf van Valkenburg, stelt orde op zaken, laat het nieuwe gebied door zijn ambtenaren besturen en op het kasteel wonen voortaan geen machtige heren meer, maar een drossaard die er regeert in naam van de hertog van Brabant. Het betekent niet dat het afgelopen is met oorlogen en belegeringen. Alleen zijn de aanvallers nú, de vrienden van weleer. Valkenburg behoorde na 1364 immers tot het vroeger zo vijandige Brabant. De meest bekend gebleven belegering is die door de Luikenaren in 1465. Drossaard Dirk van Pallandt heeft kasteel en stad in staat van verdediging gebracht, een nieuwe waterput geslagen op de binnenplaats, een nieuwe bakkerij gebouwd en stallen voor het vee. Een grote voorraad voedsel ligt op De Heunsberg opgeslagen. Bovenal heeft hij de stadsmuren hersteld en uitgebreid en de stadsgrachten uitgediept of opnieuw laten aanleggen. Ook op het kasteel treft hij voorbereidingen: kanonnen worden aangeschaft en er worden gaten in de muren gemaakt om ze te plaatsen. Als de Luikenaren naderbij komen, laat hij de Geulbruggen afbreken. Maar het beleg duurt slechts twee dagen en door interne twisten verdeeld, verdwijnen de Luikenaren weer. Het stadsbestuur biedt de verdedigers een uitgebreid feestmaaltijd aan.

De kasteelruine van Valkenburg
Uitzicht op de Wilhelminatoren in Valkenburg
Ontdek Nederlands enige hoogteburcht in Valkenburg
De kasteelruine van Valkenburg en de Haselderhof van boven
Tekening van Kasteel Valkenburg
Kapel in de kasteelruine in Valkenburg
Bezoek de kasteelruine in Valkenburg

Het einde van de machtige burcht

De Tachtigjarige oorlog brengt Valkenburg een bijna ononderbroken reeks belegeringen en machtswisselingen. Afwisselend is het kasteel in handen van Spaanse en Hollandse troepen. In 1568 maakt Willem van Oranje zich meester van het kasteel maar nog datzelfde jaar heroveren de Spanjaarden het weer. In 1632 is het Frederik Hendrik die geheel het tegenwoordige Zuid- Limburg bezet. Tussen 1632 en 1644 wisselt de burcht zesmaal van eigenaar. In 1644 wordt op last van Frederik Hendrik een eerste poging gedaan om stad en kasteel definitief te ontmantelen. Het is blijkbaar nogal een klus, die toch niet helemaal wordt afgemaakt. Het kasteel is nog gedeeltelijk bewoonbaar, maar o.a. de majestueuze Ridderzaal is gesloopt. Tot herbouw hiervan komt het niet. Het geld voor de vele verwoeste stenen gewelfbogen en het vele eikenhout dat nodig was voor de kap is blijkbaar niet voorhanden. Op de plaats waar nu de windwijzer staat wordt een etage opgebouwd en het nieuwe dak staat nu haaks op de as van de ridderzaal. Dat nieuwe dak is veel kleiner dan dat van de ridderzaal. Ook wordt er een woongebouw tegen de resten van de hoger gelegen Oude Ridderzaal bij de Dwingel gebouwd. Die “Oude Sael” was in 1644 kennelijk ook verwoest. In 1672 is de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in oorlog met Frankrijk, Engeland en de bisschoppen van Munster en Keulen. Willem III wordt de nieuwe stadhouder. In de geschiedenisboeken wordt 1672 “Het Rampjaar” genoemd. De Franse legers veroveren Valkenburg, maar de Republiek verjaagt ze weer. Willem is van oordeel dat Valkenburg, als het in vijandelijke handen valt, een veel te gevaarlijk te steunpunt is en geeft opdracht om het kasteel te verwoesten. En zo worden de vele oorlogen het Valkenburgse kasteel toch noodlottig. Op 10 december 1672 wordt het door middel van zware springladingen door “de Hollanders” vernield. Na ruim vijfeneenhalve eeuw komt een einde aan het bestaan van het eens zo machtige bolwerk van Valkenburg.

Een ruïne in Valkenburg

Sinds die dag ligt er een ruïne in Valkenburg. Een overblijfsel van een groots verleden. Generaties lang duurt het verval en bovendien vallen de muurresten ten prooi aan die bewoners van Valkenburg die hun huis willen herstellen of vergroten. Ze halen een kar mergelblokken op de Heunsberg en gaan aan de slag. Napoleontische troepen trekken in 1795 het kleine Valkenburg binnen en nemen alle openbare gebouwen in beslag, noemen ze staatsdomein en verkopen ze aan de meestbiedende. Dat lot treft ook de kasteelruïne in 1797. 

Koper is een zekere Bleron uit Maastricht in opdracht van Maximiliaan, graaf van Hoen van Neufchâteau, eigenaar van kasteel Schaloen. Hij overlijdt in 1823 en zijn schoonzoon Ladislas de Villers-Masbourg neemt Schaloen en ook de kasteelruïne over. Tot 1919 zal de ruïne in bezit blijven van de heren van Schaloen. In dat jaar verkopen de erfgenamen van de familie Villers-Masbourg
het vervallen bouwwerk voor de somma van 20.000 gulden aan de Valkenburgse “Katakombenstichting”.

Ontdek onze locaties!
Welkom in de Fluweelengrot!
Foto van de kasteelruine in Valkenburg

Het kasteel als toeristische attractie

Ondertussen was er in Valkenburg veel gebeurd In 1885 richtte een aantal Valkenburgse notabelen een Vereniging voor Vreemdelingenverkeer op. De eerste van Nederland in haar soort. Met veel nadruk op de historische aantrekkelijkheden waarvan de ruïne de voornaamste was en natuurlijk de fraaie natuur werden de toeristen naar Valkenburg gelokt. De Valkenburgse kasteelruïne was al in 1863 door een afrastering omgeven om aan de vernielzucht van kinderen, het meenemen van mergelblokken door volwassenen en het verzamelen van souvenirs door toeristen een einde te maken. Waarschijnlijk dateert Michiel met de draak ook uit dat jaar. 

Van de familie De Villers kon de VVV in 1906 de ruïne voor 500 gulden per jaar huren en dat betekende dat het kasteel als toeristische bezienswaardigheid aan een nieuw tijdperk begon. De entreeprijs in die jaren bedroeg de somma van tien cent!

Restauratie

Van het begin van de 20ste eeuw dateren de eerste plannen om de ruïne te herstellen. Michiel met de draak kreeg een nieuw laagje verf. Maar pas begin jaren twintig werd begonnen met het ruimen van
vele kubieke meters puin, daarna werd de schildmuur langs de Dwingel blootgelegd en hersteld, vervolgens werd het slotplein vrijgemaakt en men begon aan de eerste verkenningstochten door de
gangenstelsels rondom de oude burcht. De toegangsprijs was inmiddels verhoogd tot 15 cent. In 1921 trok de kasteelruïne 22.000 bezoekers Uiteindelijk riepen de Valkenburgers in 1924 de Stichting “Kasteel van Valkenburg” in het leven. Ze zou de exploitatie van de ruïne ter hand nemen en de restauratie van start doen gaan. In 1937 vond een ontdekking plaats die de legende in het gelijk stelde: de
vluchtgangen werden blootgelegd. Nu werd duidelijk hoe Walram en andere ridders kans hadden gezien om heimelijk de burcht te verlaten en de belegeraars in de rug aan te vallen.

Theodoor Dorren, Jos Crolla en Ir Van Schaik zijn de werkers van die jaren. Vanaf 1950 vonden de opgravingen plaats onder leiding van dr. J.G.N. Renaud.

Er is veel te zien op de kasteelruine in Valkenburg
Wat is er allemaal te doen in en rondom de kasteelruine van Valkenburg?
Ontdek Nederlands enige hoogteburcht in Valkenburg

Het werk van dr. J. Renaud

Het is deze Prof. Dr. J.G.N Renaud van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort die de grote man is geworden van de werkzaamheden rondom het kasteel van Valkenburg. De nieuwe periode van archeologisch onderzoek, die in 1972 begon, leverde diverse belangwekkende vondsten op met de daarmee samenhangende conclusies aangaande de geschiedenis van het kasteel In de eerste plaats was daar in 1973 de opgraving van de fundering van de donjon van rond 1115, het oudste deel van de middeleeuwse vesting. De grondslag van de zestienhoekige en tienhoekige (woon)torens uit de twaalfde en dertiende eeuw werd beter zichtbaar gemaakt en geconsolideerd. De Molentoren aan de stadszijde werd tot de fundering ontgraven en met nieuwe steunberen steviger gemaakt. In de putkamer ontdekte Renaud de cisterne, waarin het regenwater werd opgevangen. Hij legde een soort van rioleringsstelsel bloot, ledigde de brugkelder, liet een vaste houten toegangsbrug aanleggen en zorgde onder meer voor de restauratie van de Molentoren.

Dr. J. Renaud (1911-2007) is vele jarenlang de stuwende kracht geweest achter de restauratie en heeft zijn bevindingen ook in
diverse publicaties vastgelegd. In de jaren tachtig bezoeken tussen de 100.000 en 150.000 mensen de kasteelruïne.


Wie de kasteelruïne nu bezoekt, komt onder de indruk van de grootsheid van het vroegere bouwwerk. Hij voelt zich heer en meester over Valkenburg en omgeving. Lopend door de onderbouw van “ridderzaal”, langs de met mos begroeide muurresten, door de kapel, de artilleriekamer en de geheime vluchtgangen zal men gegrepen worden door de vergane glorie van het kasteel. De resten van Nederlands enige hoogteburcht vormen een monument van grote historische waarde.

Consolidatie, restauratie of herbouw

De laatste jaren is er een levendige discussie over de bij velen levende wens om het kasteel van Valkenburg te herbouwen. Vooral de recente restauratie en herbouw van de drie stadspoorten van Valkenburg en andere visualiseringen van onderdelen van de oude vestingstad deed die discussie weer oplaaien. Het is allereerst goed om de drie bovenstaande begrippen uit elkaar te houden. Consolidatie
betekent: zodanig herstellen van de bestaande resten dat ze voor verder verval behoed worden. Ook de veiligheid van de bezoeker speelt hier een belangrijke rol. Het is niet de bedoeling dat U een loszittende steen op uw hoofd krijgt! Restauratie gaat een stap verder, op grond van historische of bouwkundige gegevens5 worden delen van een ruïne weer opgebouwd. Herbouw is het meest verstrekkend: het hele complex wordt dan weer opgebouwd. Het laatste is voor het kasteel om allerlei redenen niet mogelijk.
Het idee voor totale herbouw is niet nieuw: eind negentiende eeuw heeft de toenmalige eigenaar, graaf Villers de Masbourg van Schaloen en de beroemde architect Cuypers al plannen daartoe gemaakt. Het is
op niets uitgelopen. Restauratie van delen van de ruïne is misschien wel mogelijk maar zou zich moeten beperken tot gedeeltelijke herbouw van de kapel, het herbouwen van de Wolfstoren en eventueel het zichtbaar maken van de binnenste ommuring van het complex aan de Daalhemerweg-zijde. En dat allemaal is al zeer ambitieus. De consolidatie die de Kasteelstichting liet uitvoeren in de jaren 2007 en 2008 heeft in elk geval het complex voor een paar decennia veiliggesteld.

Uitzicht vanaf de kasteelruine in Valkenburg
Uitzicht op de Wilhelminatoren in Valkenburg
Ontdek Nederlands enige hoogteburcht in Valkenburg

De vluchtgangen van de Fluweelengrot leiden naar de Kasteelruïne. Ga hier terug naar de tijd van ridders en jonkvrouwen. Wandel door de ridderzaal, de wapenkamer en de kapel van Nederlands enige hoogteburcht.

De Fluweelengrot, één van de oudste ondergrondse gangenstelsels van Zuid-Limburg. Ervaar zelf de verhalen over de blokbrekers, de schuilplekken, schilderingen en sculpturen.

Even bijkomen van de spannende grottentocht of de klim naar de Kasteelruïne? Geniet in ons mooie restaurant van een heerlijk hapje en drankje én van het prachtige uitzicht over Valkenburg en de hoogteburcht.

Daalhemerweg 27 | 6301 BJ Valkenburg aan de Geul

Gratis toegang met de museumkaart!

Beste bezoeker

De Kasteelruïne en Fluweelengrot zijn nog voor onbepaalde tijd gesloten!

Naar aanleiding van de recente landelijke berichtgeving en uitgevaardigde richtlijnen met betrekking tot het Coronavirus, blijven de Kasteelruïne en Fluweelengrot tot nader orde gesloten.